Een sprookje komt uit

Opeens was hij wakker geschud. Zijn vrouw was dan wel overleden, maar het leven ging door. Zijn leven was ook wel doorgegaan. Hij werkte nog steeds als internist in hetzelfde ziekenhuis waar hij had toegestemd haar beademing te stoppen. De eerste keer daarna was het vreemd geweest om er weer te gaan werken. Al snel was het echter een prettige afleiding. Hij was goed in zijn werk en kon al het andere buitensluiten.

Maar hij had ook een zoon. Zijn ouders hadden zijn zoon opgevangen en hij realiseerde zich dat hij als vader tekortgeschoten had. Hij wilde dit een beetje goedmaken met zijn verjaardagsfeestje. Er waren vriendjes uitgenodigd om naar de winter Efteling te gaan. Hij had er een auto voor gehuurd om uiteindelijk met zeven hyperactieve jongens bij de Efteling aan te komen. Ze hadden al snel het hele park verkend en het was tijd om even uit te rusten met wat te eten.

Ze had zich zoals altijd klaargemaakt voor haar werk. Haar bijna zwarte haar bond ze losjes bij elkaar en ze deed wat lipgloss op haar van nature al rode lippen. De horecabaan was minder glamoureus dan ze had gehoopt. Waarschijnlijk had ze er teveel van verwacht. Ze was altijd een dromer geweest. Haar moeder was overleden toen ze nog een kind was. Nog steeds luisterde ze af en toe naar de cassettebandjes met haar moeders stem. Haar moeder had bandjes met sprookjes ingesproken om naar te luisteren als ze ziek was.

Deze baan had ze gezocht om meer onder de mensen te komen. Ze klaagde misschien wel, maar het werk was ook speciaal. De bezoekers waren altijd in een vrolijke stemming. Ook dit groepje jongens was vol energie. De vader gaf haar een warme glimlach, toen ze aanbood de frietjes wel even te komen brengen. Hij was waarschijnlijk al doodop van deze dag. Met een vol dienblad liep ze naar de tafel. Ze werd een beetje duizelig en voelde al snel dat het mis ging.

Hij rende naar haar toe. In een reflex controleerde hij haar ademhaling en hartslag. Wat had ze een prachtig witte huid. ‘Dat kon hij nu niet denken’, sprak hij zichzelf toe. Snel begon hij te reanimeren. ‘Op de grond in een restaurant is toch wel even anders dan in een ziekenhuis’, ging er door hem heen. Toen de fase van beademing kwam, realiseerde hij zich dat er geen apparatuur was om dit te doen. Tijdens de trainingen had hij altijd gedacht mond-op-mondbeademing vreselijk te vinden. Maar nu, bij haar, gingen er hele andere gevoelens door hem heen. Hij voelde hoe haar ademhaling weer terugkwam en nam haar in zijn armen.

Ze kwam weer bij. Een beetje beduusd keek ze in zijn prachtige ogen. Dit voelde alsof haar sprookje werkelijkheid was geworden, zeker toen ze meteen daarna de zeven jongensgezichtjes om haar heen zag.

Geschreven voor de winter-opdracht van Het Fantasierijk.

Een verhaal van maximaal vijfhonderd woorden, met gebruikmaking van motieven. Uit de onderwerpen koos ik: Een sprookje komt uit.

20/12/09

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s