Vrij zijn

Ik fietste al zeker tien minuten alleen langs de hoofdweg. Normaal ging ik op zaterdag na het uitgaan nooit alleen naar huis. Er waren altijd wel andere studenten uit mijn flat en rond sluitingstijd gingen we als groep weer huiswaarts. Vanavond was ik eerder weggegaan. Ik moet altijd moeite doen om in het groepsproces mee te komen en ik kon het niet meer opbrengen.

Opeens schoot er een SUV het fietspad op. Ik vloog over de motorkap. Verdwaasd en met pijnlijke plekken bleef ik liggen. Uit de auto stapte een man met een telefoon in zijn hand. Hij mompelde dat hij afgeleid was door het bellen. Hij kwam op me af. Ik zag zijn twijfel over wat hij nu moest doen. Ik probeerde overeind te komen. Hij pakte mijn elleboog vast ter ondersteuning. Ik schrok van de aanraking, hoewel deze toch ook prettig aanvoelde. Hij begeleidde me naar de auto, liep terug en legde de verbogen fiets achterin. Hij stapte in en we reden weg. Hij keek me aan, het oogcontact duurde eigenlijk net te lang. Waar reed hij eigenlijk heen? Hij had me niks gevraagd en ik had niets gezegd.

Na een uur parkeerde hij de auto voor een modern vrijstaand huis. Hij liep naar mijn deur en hielp me uit de auto. De inrichting van het huis was strak en leeg. Hij woonde hier alleen. Hij had me al een paar keer aangekeken, maar zei niets. Ik was te moe om na te kunnen denken, normaal had ik al lang in bed gelegen. Hij leidde me naar een slaapkamer en vertrok weer. De volgende ochtend zat ik tegenover hem aan het ontbijt. Ook de rest van de dag bleven we aan de keukentafel zitten. De ochtend erop kwam hij in pak naar beneden. De werkweek ging weer beginnen. Hij keek me nog een keer indringend aan en even later hoorde ik de auto starten. Ik bleef aan de keukentafel zitten. Wat zou ik doen? Zou ik gaan? Maar ik wilde niet weg. Het voelde hier goed. ’s Avonds kwam hij terug met een grote tas boodschappen. In zijn ogen zag ik verbazing, maar ook blijdschap. Ik nam de tas over. Ik wist inmiddels alles in de keuken te vinden en het leek alsof we al jaren op elkaar ingespeeld waren.

Na enkele weken zagen we mijn foto bij het programma Opsporing verzocht. Voor het eerst zei ik iets.
‘Zal ik morgen bij de politie aangeven dat er niets aan de hand is?’
‘Ja,’ antwoordde hij met warme stem. Hij kwam dichterbij. Een tedere zoen op mijn mond activeerde de vlinders in mijn buik. Ik was overtuigd; ik ga hier nooit meer weg.

Geschreven voor de juli-augustus opdracht van Het Fantasierijk.

Vrij zijn betekent dat een boel zaken die normaal verplicht zijn, ineens niet meer hoeven. De zomeropdracht van Fantasierijk staat in het kader van dat ontmoeten. Gun uw geest de onmetelijke ruimte van een vrije geest en schrijf een verhaal dat uzelf graag op het strand zou lezen. De enige beperking is dat het stuk maximaal 500 woorden mag tellen.

15/08/09

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s