Niet kunnen loslaten

schrijfwedstrijd

Er wordt zachtjes op zijn deur geklopt. ‘Zie je wel, ze is toch terug gekomen,’ denkt hij. ‘Van die enorme uitval heeft ze spijt.’ Hij glimlacht. Het heeft hem wel aan het denken gezet. Hij wil niet zonder Inge. Hij kan zelfs niet meer zonder haar. Dat zal hij haar ook zo vertellen. ‘Je niet hoeft te kloppen, hoor,’ roept hij. De deur gaat open. Zijn blik blijft op zijn beeldscherm gericht. ‘Ik typ dit mailtje nog even af. Ga je alvast zitten? Of nee, ik heb een beter idee. Ik heb nog een fles wijn onder in de kast staan. Als jij inschenkt, ben ik daarna ook klaar.’ Hij typt snel verder en hoort dat de fles is gevonden. ‘Fantastisch,’ denkt hij. ‘Eind goed, al goed.’ Op het moment dat hij op verzenden klikt, voelt hij de fles met een enorme klap op zijn hoofd neerkomen. Glasscherven en rode wijn vliegen in het rond. Hij grijpt naar zijn hoofd. Loopt er nou ook bloed in zijn ogen? Dan komt een volgende klap. Ook met de rest van de fles wordt zijn hoofd hard geraakt. Het glas snijdt door zijn vingers die hij beschermend op zijn hoofd had gelegd. Hij valt neer op zijn toetsenbord.

Ik dump de tas met boodschappen op het aanrecht en zet snel de televisie aan. Het is anders veel te stil in het huis. Steeds vaker realiseer ik me dat ik niet meer alleen wil zijn. Ik mis een maatje, de knusheid, de aai over mijn bol en wel meer dan dat. Na mijn studietijd lijk ik van mijn vriendengroep als enige alleen over te blijven. Ik krijg zelfs al uitnodigingen voor babyshowers. Voor mijn vrienden ben ik de carrièrevrouw die het gaat maken. Zelf wil ik dat eigenlijk niet eens. Ik steek veel tijd in mijn werk, omdat ik simpelweg niets anders heb.

Ik zet de net gekochte kant-en-klaarmaaltijd in de magnetron en schenk een wijntje in. De magnetron geeft al snel aan dat ik kan gaan eten. Ik heb mijn kamer zo ingedeeld, dat ik ook vanaf tafel de televisie kan zien. Ik probeer de woorden bij Lingo mee te raden, maar al snel kan ik mijn aandacht daar niet meer bij houden.

Ik heb net de eerste week in een nieuwe opdracht afgrond. Dat begin kost altijd veel energie, maar deze keer ben ik echt gesloopt. Voor het detacheringsbureau ben ik een makkelijk plaatsbare kracht. Er is altijd wel een bedrijf dat in het kader van tegenvallende resultaten reorganiseert. Vervolgens moet er iets gevonden worden voor het personeel waar geen plaats meer voor is. Daar ben ik goed in.

De eerste week had ik meteen wat afspraken gepland. Ik verwachtte met de makkelijke mensen te zijn begonnen, maar dat was een tegenvaller. Ik moest bij Sonja Dekker gelijk mijn hele gespreksrepertoire aanspreken. Het leek mij dat zij met haar ICT-achtergrond zo elders aan de slag zou kunnen. Op dat onderwerp kwamen we niet eens. Ze zat vast in verbitterdheid over wat haar werd aangedaan.

Toen ik van het moeizame gesprek op mijn werkplek in de kantoortuin aan het bijkomen was, stond ze weer voor me. Een waterval aan woorden stortte ze over me heen. Ik liet haar begaan, maar het voelde niet goed hoe ze zo boven mij stond te tieren.

Arjan, het hoofd van de afdeling, vroeg later of het ging. Ik liet me natuurlijk niet kennen. Ik begreep best dat ze overstuur is. Van alle ellende gaf ze mij de schuld en haar verwensingen zaten me niet lekker. Daarna kwam er nog een lastig moment. Arjan nodigde me uit voor de afdelingsborrel die avond. Daar houd ik normaal helemaal niet van, maar na het gesprek over Sonja, kon ik moeilijk afslaan. Het leek dan net of ik er toch last van had, want waarom zou je anders niet nog even een drankje drinken?

Het meest bizarre deze week gebeurde echter vandaag bij de liften. Er stond een groepje mannen te praten en ik hoorde zijn stem. Na al die jaren was hij eigenlijk niets veranderd. Wat grijze haren en een paar rimpels misschien. Ik verstijfde. Dat maakte dat hij omkeek en tijdens het oogcontact voelde ik me direct weer de puber die ik toen was. De liftdeuren gingen open en ik vluchtte naar binnen.

Ik kan aan niets anders meer denken. Het heeft me zoveel tijd gekost om het achter me te laten en in een paar seconden lijk ik weer terug bij af te zijn. Het was Steven Raaijmakers, de vader van Vera, mijn beste vriendin op de middelbare school. We zaten meestal bij Vera. Bij haar thuis was het gezellig. Je werd er niet als klein kind behandeld. Toen we zestien waren gingen we geregeld samen uit in de stad tien kilometer verderop. Vera’s vader haalde ons ’s avonds laat weer op. Vera dook achterin de auto en ik zat voor. Dan kon ik er meteen uit als ik afgezet werd. Eerst kletsten we nog wat, maar vaak dommelde Vera al snel in slaap. Daar is het voor mij begonnen.

Ik was onder de indruk van hem. Hij zag er mooi uit; sprekende ogen, zware stem, brede borstkas. Het was te vergelijken met hoe klasgenootjes naar Richard Gere keken. Of het nou kwam door zijn gedrag of dat hij door mijn flirterige verlegenheid werd geraakt, het maakt ook niet uit. Ik genoot van deze ritjes naar huis. Zo naast hem in de auto voelde ik me opeens zo volwassen. Zo beschermd. Ik besefte dat wat een fantasie was, toch een beetje echt werd. En toen legde hij ook nog zijn hand op mijn been. Het leek zo achteloos na het schakelen, maar de hand bleef liggen. Het was niet alleen mijn fantasie die op hol was geslagen. Er gebeurde iets. Er groeide iets. Ons contact werd anders, het voelde intenser terwijl er niet eens zo veel meer gesproken werd. Ik wist dat ik dit wilde. Ik wilde meer dan zijn hand op mijn been. Zijn grote warme handen wilde ik overal voelen. Onder mijn kleding. Ik wilde dat hij de eerste voor mij zou zijn. Over de gevolgen dacht ik niet na. Dat zal de leeftijd wel zijn geweest. Maar opeens stelde Vera voor om op de fiets uit te gaan. Ook zaten wij nooit meer bij haar thuis. Onze vriendschap verwaterde.

Ik kon het niet meer los laten. Dat gevoel wilde ik terug. Zo hoorde het te zijn. De eerste vriendjes kwamen, maar dat werd niets. Ik vergeleek alles met mijn ideaalbeeld. Ik zocht zo hard. Het werd een serieuze obsessie. Toen ik dat eenmaal doorhad, sloeg ik door. Dan maar niet dat speciale gevoel. Dan gewoon maar halen wat er te halen valt en het daarbij laten. Stap-avonden eindigden zo meestal met one-nightstands. Echt bevredigend was het nooit. Als ik daarna weer alleen was, dan kwam er altijd wel even dat besef. Soms maar een paar seconden, maar meer was niet nodig. Dan zag ik zijn gezicht voor me, voelde zijn hand weer op mijn been en het gevoel wat vervolgens door me heen trok. Die ogenschijnlijk simpele aanraking had dan altijd meer bij me teweeg gebracht dan de hele nacht daarvoor. Weer werd me ruw duidelijk gemaakt dat die speciale verbondenheid er niet was. Vandaag bij die liften was dat dus terug. In slechts een seconde oogcontact wist ik dat het geen verbeelding was geweest en die connectie er nog steeds is.

Mijn eten is koud geworden, Lingo is inmiddels al lang afgelopen en onopgemerkt heb ik de hele fles wijn opgedronken. Echt onopgemerkt is dat eigenlijk ook weer niet, want ik voel me er toch wel beroerd door. Zo eindigt mijn vrijdagavond. Ook in het weekend doe ik niet veel meer dan slapen, lezen en wat schoonmaken.

Maandag loop ik vol frisse energie het pand weer binnen. We beginnen met een kop koffie en de sfeer is prettig. Het is een leuk team. De borrel vorige week was me ook zeer meegevallen. Er werd helemaal niet over het werk gepraat. Vooral met Arjan had ik erg gelachen. Zijn wat zwarte humor was net wat ik nodig had. Met een tweede kop koffie in de hand start ik mijn computer op. Vervolgens houd ik mijn adem even in. Steven heeft vrijdag laat nog gemaild.

Dag Inge,

Ik was net zo goed verbaasd, maar herkende ook jou direct.
Zullen we een kop koffie drinken? Kom je maandag om 16.00 uur naar mij?

groeten,
Steven

Ik zoek hem op op intranet. Ik ben niet verbaasd dat hij een stevige management functie heeft. Het clubje bij de liften gaf me al de indruk dat hij niet bij het normale gepeupel hoort. Ik reageer direct.

Dat is goed. Tot straks.
groet,
Inge

Vervolgens ga ik aan het werk. Ik maak wat meer contact met de collega’s en vind het zelfs leuk als me gevraagd wordt mee te gaan lunchen. Het is een groot bedrijfsrestaurant en ik trakteer mezelf op een dienblad vol lekkere dingen. Het is druk. Bij het zoeken naar een plekje zie ik Sonja zitten. Ik ben verbaasd dat ze nog werkt, ik had verwacht dat ze dat niet meer zou kunnen opbrengen. Sonja ziet mij ook.
‘Ik ben er nog niet klaar mee! Dat je het maar weet,’ roept ze.
‘Dat klopt, we zijn nog niet klaar,’ antwoord ik zo luchtig mogelijk. Mijn fijne lunchstemming is echter meteen verdwenen. Ik moet met Arjan over haar gaan praten. Dit is niet normaal meer.

Na de lunch word ik zenuwachtig voor de afspraak met Steven. Ruim op tijd ga ik al weg, omdat ik bang ben dat ik zijn kamer niet kan vinden. Ik ben veel te vroeg. Ik drentel voor zijn deur op en neer en klop precies op tijd aan. Hij heeft een mooie werkkamer. Het gesprek begint gemakkelijk. Ik vertel over mijn studie en werk en daarop geeft hij aan hoe het met Vera gaat. Daarna valt er een stilte.
‘Heb je een vriend?’ vraagt hij vervolgens. Ik voel me overdonderd door die vraag. Eigenlijk is het natuurlijk geen vreemde vraag, maar de stilte was net te lang en iets meer praten over koetjes en kalfjes zou toch wat meer gepast zijn geweest.
‘Nou, nee,’ hoor ik mezelf op een zachte meisjesmanier zeggen, ‘en ik moet maar weer eens terug,’ zeg ik er meteen achteraan en sta direct op. Eigenlijk wil ik hele andere dingen zeggen en wil ik zeker niet weg, maar anders dan jaren geleden houdt mijn verstand me nu goed in toom.

Hij staat ook meteen op, houdt de deur voor me open en loopt achter me aan.
‘Ik ga even roken,’ zegt hij als hij mijn verbaasde blik ziet.

Dinsdagochtend heb ik overleg met Arjan. We hebben het uitvoerig over Sonja. Ik merk dat hij bijzonder graag wil dat ze enigszins tevreden met een andere baan vertrekt. Ik kan moeilijk bij een van de eerste kandidaten al aangeven dat ik er niet aan wil beginnen. Ik stuur haar een mail met een serie afspraken. Dit gaat tenslotte een lang traject worden. Woensdag zit ik zodoende weer op Sonja te wachten.

‘Zo, Sonja,’ begin ik stevig, ‘ik heb inmiddels wel begrepen dat je het gevoel hebt dat je onrecht is aangedaan, maar dit is nou eenmaal gebeurd. Ik ben hier om jou elders een fijne nieuwe start te laten maken. Zullen we daar dus voor gaan?’
‘Dacht je nou echt dat dat zo makkelijk gaat?’ reageert Sonja verhit.
‘Ja, als jij je daartoe zet, dan kan dat zo makkelijk zijn,’ probeer ik nog een keer.
‘Jij hebt je echt voor het foute karretje laten spannen. Ik weet veel meer dan je denkt. Ik heb me niet laten gebruiken om vervolgens zo de deur uitgezet te worden.’
‘Sonja, zo komen we nergens. Je zal er toch echt met mij uit moeten komen,’ maar ondertussen voel ik wel nattigheid. Er is hier meer aan de hand. ‘Ik stel voor dat we de volgende keer een echte start gaan maken. Als ik jou hoor wil je zelf toch ook niet hier blijven? Wil je niet sowieso een andere baan?’ Daar had ze zo te zien nog niet eens over nagedacht.

Het zit me niet lekker, maar ik heb het druk genoeg om even nergens over na te denken. Ik zie rechtsonder het envelopje op mijn beeldscherm verschijnen. Meteen klik ik op het mailprogramma en zie het bericht van Steven. Ik had er eigenlijk ook al op gehoopt.

Vrijdag om 14.00 uur?
‘Absence sharpens love, presence strengthens it.’ Thomas Fuller

Wat lees ik nu? Ik kan het niet nalaten om direct op internet een passende quote te zoeken om terug te sturen. Het is nog best lastig. Ik zie dat ik al zeker een half uur bezig ben. Dit kan natuurlijk niet onder werktijd. Op het moment dat ik wil stoppen, staat Arjan achter me. Ik klik snel alles weg, maar het is wel duidelijk dat ik me betrapt voel. Arjan vraagt of ik donderdag weer mee ga. Ik begrijp dat het een wekelijks borrelritueel is en ik stem in. Zo ben ik snel van hem af en het is eigenlijk ook wel gezellig. Ik beantwoord de mail.

Ik kom.
‘Saying nothing sometimes says the most.’ Emily Dickinson

Ook deze keer is meer dan de helft van de afdeling in de kroeg. Sommigen gaan na een uurtje al weg, maar het merendeel maakt van de bitterballen het avondmenu. Ik vertel Arjan over het gesprek met Sonja. Met een biertje in de hand vertelt Arjan dat Sonja op verzoek de bestanden van een medewerker had doorgekeken om zo te helpen hem eruit te werken. Natuurlijk hadden ze dat niet laten weten, maar met de extra kennis die zo was vergaard, werd het een stuk makkelijker traject. Arjan vindt me een beetje naïef dat ik verbaasd ben dat zulke dingen gebeuren. Maar ook wel schattig, voegt hij er daarna aan toe. Er volgen nog meer biertjes. De hele avond praat ik alleen maar met Arjan. Ik krijg de indruk dat collega’s dat ook opmerken. Maar bovenal merk ik dat ik aangeschoten raak en ik wil zeker niet dat anderen dat gaan merken. Als ik aangeef te vertrekken, stelt Arjan voor me naar huis te brengen.
‘Ben je mal,’ is mijn reactie.
‘Maar het is al laat en een dame nu nog alleen op pad,’ gaat hij door.
‘Arjan, het hoeft echt niet hoor. Tot morgen!’ Ik ga meteen, want dit kan alleen maar nog ongemakkelijker worden.

Steven weet nog hoe ik mijn koffie drink. Zodra hij deze heeft ingeschonken, zakt hij achterover in zijn stoel en blijft naar me kijken. Die zelfverzekerdheid is aan de ene kant bloedirritant, maar ook zo aantrekkelijk. Ik kijk terug. We zeggen niets. In gedachten zweef ik even weg en zie ik ons samen op een prachtig verlaten strandje zitten. Ik voel dat ik kleur en richt mijn aandacht snel op mijn koffie.
‘Heb je niets te vertellen?’ begint hij uiteindelijk.
‘Niet echt,’ antwoord ik. Weer is het stil. De spanning stijgt. Wat doe ik hier eigenlijk? Waarom stemde ik in om weer te komen? Dat weet ik natuurlijk best. Wat had ik van deze afspraak verwacht? En heeft hij dan niets te vertellen? Hij kwam toch met deze afspraak en waarom dan die quote? ‘Je hebt gelijk, dit slaat allemaal nergens op,’ zeg ik stoer. Ik drink de koffie op.

Op het moment dat ik opsta, staat hij echter al naast me. Het gaat zo snel dat ik even schrik en wankel. Hij pakt me vast. Dat is echt niet nodig, ik was zeker niet gevallen, maar het komt wel mooi uit. Of gebruikt hij het simpelweg als excuus? Mijn hoofd blijft doorgaan met dit soort onzinnige gedachten. Ondertussen voel ik zijn aanraking door mijn lichaam tintelen en geniet ik van zijn warmte. Het vervolg is nog intenser dan dat ik in mijn fantasieën al ontelbare keren heb beleefd. Een zoen vol passie, hartstocht, maar ook tederheid. Na een kort moment van schuchterheid gaan mijn remmen los en beantwoord ik hem vol overgave.

Ik moet weer op adem komen. Zoals ik al van plan was, vertrek ik direct. Ik weet me geen houding te geven. Ik kijk hem niet meer aan en loop weer terug naar mijn werkplek. Werken lukt echter totaal niet meer. Bij het koffie apparaat kom ik Arjan tegen.
‘Ging je toch even navraag doen over Sonja?’ vraagt hij.
‘Hoezo?’ reageer ik onbegrijpend.
‘Je was toch net bij haar leidinggevende Steven Raaijmakers?’
‘Ja, sorry, had ik dat vooraf even moeten overleggen?’
‘Nee, dat niet. Maar ik hoor wel graag wat je onderneemt. Ik vind het sowieso wel leuk om van je te horen.’ Hij geeft een knipoog en loopt weer weg.
Dit lijkt met een sisser afgelopen te zijn. Ik sluit alles af en vertrek. Het wordt toch niets meer vandaag en ik ben blij dat het weekend is.

Maandag start ik met mail van Steven.

‘For it was not into my ear you whispered, but into my heart. It was not my lips you kissed, but my soul.’ Judy Garland
Morgen weer 14.00?

In het weekend had ik al naar quotes gezocht. Ik had ook nagedacht over wat ik met deze hele situatie wil. Meer dan wat er nu is lijkt het niet te worden. Maar ik wil er ook niet over nadenken. Op dit moment is alles beter dan niets. Mijn antwoord:

‘The real first kiss is the one that tells you what it feels like to be an adult and doesn’t let you be a child anymore. The first kiss is the one that you suffer the consequences of. It was as if I had been playing Russian roulette and finally got the cylinder with the bullet in it.’ Heather O’Neill

Hij begrijpt wel dat ik zal komen. Als ik net goed aan het werk ben, komt Arjan vragen hoe mijn weekend was. Ik antwoord kort, maar merk dat het daarmee niet klaar is. Hij gaat op mijn bureau zitten, waardoor ik wel moet stoppen.
‘Wat ging je er donderdag snel vandoor. Vond je het niet leuk?’ begint hij.
‘Jawel hoor, maar het was gewoon tijd om naar huis te gaan,’ zeg ik.
‘Ik had het wel leuk gevonden om de avond iets langer te maken.’
‘Arjan, dat had ik wel door, maar ik dus niet.’
‘Een nieuwe afspraak dan?’
‘Arjan, nee. Ik vind de borrel op donderdag zo echt leuk, maar ik vind het niet gepast om vervolgens met de baas op pad te gaan.’ Ik vind dat ik zo een geniaal antwoord heb bedacht.
‘O, dus dat is wel ongepast?’ is zijn reactie en hij veert gelukkig direct van mijn bureau af.

Eigenlijk had ik nog willen vragen wat hij daarmee bedoelt, maar ik houd me in. Misschien moet ik maar blij zijn dat het klaar is.

Stipt op tijd klop ik weer op Stevens deur. Mijn verstand heeft de laatste dagen gezegd dat ik hiermee moet stoppen. Dit alles leidt tot niets. Ja, tot nieuw verdriet, want we komen niet eens buiten de kantoormuren. Ook niet eens qua gespreksonderwerpen. Hij is natuurlijk nog steeds getrouwd. Ik denk daar echter maar kort aan. Liever denk ik terug aan dat warme moment en dompel ik me onder in mijn fantasiewereld. Toch neem ik me voor om een serieus gesprek te starten.
‘We moeten het hier toch eens over hebben,’ zeg ik als ik net zit.
‘Oh ja?’ reageert hij wat flauw. Maar hij ziet aan me dat hij het daar niet bij kan laten. ‘Inge, we hoeven het toch niet te benoemen? Het zit toch goed zo, meer dan goed zou ik zeggen.’
‘Dat bedoel ik niet. Ik bedoel wat nu? Het kan zo toch niet doorgaan?’ De stilte die vervolgens valt is niet goed. Dat kan maar twee dingen betekenen. Of hij wil niets, of hij heeft er nog niet over nagedacht. Ik word er onrustig van.
‘Inge, ik ben niet zo van het vooruitdenken. Daarmee maak je mooie dingen stuk.’
‘Of je bespaart juist veel verdriet,’ vul ik aan. Ik voel tranen opwellen. Dat wil ik al helemaal niet. Ik heb mijn antwoord eigenlijk ook al gekregen. Voordat de echte tranen komen, wil ik hier weg zijn.

In plaats van de deur voor me open te houden, draait hij hem echter op slot. Ik sta tegen de dichte deur met hem vlak achter me. Zijn hand laat hij op het slot van de deur rusten. Ik hoor geluiden van de mensen op de gang. Ik zuig zijn aftershave in me op. Bewegingsloos luister ik naar zijn ademhaling en merk hoe dichtbij hij moet zijn. Langzaam leun ik naar achteren en leg mijn hoofd tegen zijn schouder. Ik voel mijn hart in mijn keel en hoor alleen nog onze ademhaling.

Het lijkt of hij op dit signaal wachtte. Zijn handen bewegen traag over mij heen en door de beroering van mijn hals, verlies ik mijzelf. Klem in zijn armen en tegen de deur, is het snel opgelost dat ik niet meer op mijn benen lijk te kunnen staan. Zijn bewegingen zijn doelgericht. Zonder twijfel weet hij waar hij wil zijn. Diepe zuchten sporen hem verder aan. Zijn vingers maken kleding los. Gesmoorde kreetjes ontsnappen, als zijn handen hun weg vervolgen. Alle fatsoen lijkt uit me weggevloeid te zijn. Ik voel dat het zijn opwinding alleen maar versterkt en hoe ook hij in extase geraakt.

Zouden de mensen op de gang dit niet horen? Wat als zijn volgende afspraak zo aanklopt? Ik draai me om en probeer er iets over te zeggen.
‘Steven, wat als’ komt er met moeite uit mijn mond.
‘Sst.’ en met een overweldigende zoen legt hij mij het zwijgen op. Nu is het mijn beurt de knoopjes van zijn overhemd los te maken. Hij laat me even begaan, maar het duurt hem veel te lang. In één ruk trekt hij alles uit en voel ik de warme borstkas tegen me aan waar ik al zoveel uren over heb gefantaseerd. Mijn lichaam reageert er direct op. Het gaat allemaal snel. De angst om gehoord te worden speelt vast een rol, maar ook zonder die spanning had de aantrekkingskracht voor dit vuurwerk gezorgd.

Eindelijk staan we weer stil tegen elkaar. Met zijn armen om me heen voel ik zijn hartslag en blijven we nog even staan. Vervolgens raap ik verloren kledingstukken op. Hij doet hetzelfde en draait de deur van het slot.

Ik kan aan niets anders meer denken, maar kom in mijn gedachten ook niet verder. Misschien moet ook ik het wat loslaten. Gewoon ervan genieten zo lang het leuk is. Ik til er veel te zwaar aan. Eind van de dag komt er al een mailtje van Steven.

‘You never lose by loving. You always lose by holding back.’ Barbara De Angelis
Donderdag 16.00?

Het liefst zou ik meteen reageren. Inmiddels weet ik dat ik dan eerst een uur naar een passende reactie ga zoeken en dat ga ik op het werk niet meer doen. Ik heb toch al een vervelend gevoel dat ik de kantjes ervan af loop. De volgende ochtend mail ik Steven.

‘The dream was always running ahead of me. To catch up, to live for a moment in unison with it, that was the miracle.’ Anaïs Nin

Vervolgens spreek ik met mezelf af er een productieve dag van te maken. Ik kijk in mijn agenda welke afspraken ik heb. Ik begin met een afspraak met Sonja. Net als de vorige keer ga ik meteen goed van start. Ik wil dat het duidelijk is dat ik niet met me laat sollen.
‘Sonja, ik weet inmiddels wat er gebeurd is, maar daar kan je niets meer mee.’
‘Dat weet ik ook wel, maar dacht je dat ik het er dan maar bij laat? Ik zorg zelf wel voor mijn genoegdoening. Ik hoef geeneens moeite te doen om wat te verzinnen. Dat is namelijk zo fantastisch van dat rondsnuffelen in mail. Iedereen heeft wel iets gemaild wat hij liever voor zich houdt, een kwetsbaar punt waar hij zo makkelijk op te raken is. Ja he?’ Ze kijkt me aan met een grijns en een knipoog.
Ik val stil. Wat moet ik nu?
‘Nou, ik zie aan je dat het wel duidelijk is,’ gaat ze verder. Vertel maar eens wat je voor me had bedacht.

Op de automatische piloot doorloop ik alles wat ik in een eerste sessie zou doen. Ik probeer het rare gedrag van Sonja verder te negeren. Als ze vanaf nu gewoon meedoet, dan is er niets meer aan de hand. Ik kan er ook verder niets mee, want dan zou ik Arjan ook over mijn mails moeten gaan vertellen.

Als ik weer bij Steven zit, brand ik meteen los. ‘Ik wil het eerst even over iets anders hebben.’ begin ik.
‘Is er meer te bespreken dan?’ zegt Steven.
‘Nee, Steven, serieus. Vertel eens over Sonja Dekker.’
‘Over Sonja?’ antwoordt hij argwanend.
‘Ja, hoezo, je bent toch haar baas?’
‘Oh, op die manier.’
‘Zijn er nog meer manieren dan?’ reageer ik verbaasd.
Hij vertelt wat over haar werk en dat ze inderdaad op verzoek in documenten heeft gesnuffeld wat misschien niet zo netjes is geweest. Ik uit mijn verbazing dat ze dat überhaupt heeft gedaan. Daarna komt weer die irritante gniffel van Steven en begrijp ik dat ze wat hadden samen. ‘Gewoon voor de lol,’ zegt hij er achteraan.
‘Gewoon voor de lol?’ herhaal ik cynisch. ‘Zo ziet zij het vast niet. Ze leest nog steeds andermans mail. In ieder geval die van mij.’ En dan ben ik opeens niet meer te houden. Wat hij met mij heeft is zeker ook gewoon voor de lol. Alle opgebouwde frustratie komt er uit. Ik kan er niet meer mee omgaan. ‘Je beseft niet wat je me hebt aangedaan! Jij hebt het voor mij verpest. Alle mannen die daarna kwamen vergeleek ik met jou en vervolgens werd het dan niks. Het kon niets worden. Veel later bedacht ik me dat ik het allemaal wel geïdealiseerd had. Ik wilde er overheen komen. En toen ik het eindelijk allemaal weer wat voor elkaar had, behalve dat ik alleen maar foute kerels lijk aan te trekken, kom ik jou tegen. En wat blijkt? Het is echt zo fantastisch als ik al die jaren in mijn hoofd had. Maar wat is nog steeds niet veranderd? Voor jou eindigt het dan weer hier. Ja, je wilt wel meer van hetzelfde, hier in jouw werkkamer, maar daar blijft het dan bij. Nou, sorry Steven, maar dat kan ik niet nog een keer aan.’ Ik loop weg en kijk niet meer om. Ik gooi de deur achter me dicht.

Ik ga weer naar de donderdagmiddagborrel. Ik wil niet dat Arjan denkt dat ik om hem niet meer zou komen. Ik heb wellicht ook wel wat goed te maken. Ik was wel erg kortaf geweest toen hij aangaf met me uit te willen. Normaal was ik in dat soort situaties wel wat zorgvuldiger geweest. Er is iets in zijn gedrag dat me een vervelend gevoel geeft. Ik weet niet wat en misschien heb ik hem ook simpelweg niet echt een kans gegeven.

Ik ben wel toe aan een drankje en wat vrolijkheid. Na het eerste biertje denk ik er toch over om alweer te gaan. Arjan is er niet, maar dat is niet wat me bezig houdt. Het gesprek met Steven blijft zich in mijn hoofd herhalen. Ik ben trots op mezelf dat ik alles gezegd heb. Wat vindt hij ervan? Dat zou me toch niet meer uit moeten maken? Maar dat doet het wel. Misschien heeft dit zijn ogen wel geopend. Maar dan wel te laat. Of toch niet. Wat heb ik nou te verliezen. Ik wil zijn reactie wel horen. Ik ga terug.

Ik klop zachtjes op zijn deur. Ik hoor niets. Als ik de deur open blijf ik verstijfd staan. Midden in een ravage van donkerrode spetters zie ik hem op zijn toetsenbord liggen. Zijn hoofd ziet er raar uit.

De volgende ochtend ga ik toch maar gewoon naar mijn werk. Verbaasd zie ik een mailtje van Arjan. Verdwaasd kijk ik naar het korte tekstje.

‘Love is much like a wild rose, beautiful and calm, but willing to draw blood in its defense.’ Mark Overby

Geschreven voor de schrijfwedstrijd: Schrijf een erotische vrouwenthriller.
~ Helaas niet gewonnen, maar wel opgenomen in een e-book ~

coverzin

Advertenties

2 gedachtes over “Niet kunnen loslaten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s