Weet je het zeker?

Right now

‘Weet je het zeker?’ hoorde ik zachtjes achter me.
‘Hmmm,’ was mijn instemmende geluid. Ik rook zijn aftershave en hoorde hoe hij de sleutel pakte.

De hele fietstocht hadden we niets tegen elkaar gezegd. Af en toe zei hij: ‘Nu links.’ ‘Daar rechts.’ Zo waren we van ons werk bij zijn huis terecht gekomen. Ik zou bij hem gaan eten. Na maanden om elkaar heen gefladderd te hebben, gebeurde er opeens zoveel zo snel. Met mijn hoofd kon ik het niet bijbenen.

Er was een barbecue op het werk geweest en daar hadden we elkaar weer eens gesproken. Het ging over koken. Hij zei dat goed te kunnen en ik had gereageerd: ‘Oh ja? Nou dat moet ik dan nog maar eens zien.’
Bij hem was ik erg goed in het geven van speelse steken onder water. Een lief glimlachje erbij en mijn punt was weer gemaakt.
‘Trut!’ zei hij dan. In andere situaties kon ik er slecht tegen om zo genoemd te worden. Dit was echter deel van het spel. Normaal was het dan ook klaar. Niet deze keer. Een eetafspraak was snel voorgesteld en evenzo snel geaccepteerd.

Een week later stonden we zodoende voor zijn deur. Ik vroeg me af of het slim was. Wat maakte ik me druk. Ik ging toch eten? De hele fietstocht ging dat door me heen. En toen die vraag voor de deur: ‘Weet je het zeker?’

Binnen volgde een korte rondleiding en in de keuken ging een fles wijn open. Ik wipte op het aanrecht en sloeg mijn benen over elkaar.
‘Zo, en nu eens kijken hoe jij dat gaat doen,’ zei ik.
Hij ging voor me staan. Ik zag een kleine twijfel over hem heen trekken. Hij trok me tegen zich aan. Automatisch zette ik mijn glas weg en gleden mijn benen om hem heen. Mijn rokje was hier veel te strak voor en kroop omhoog. Voor hem was dit signaal genoeg. Hij tilde me op. Ik wilde nog roepen dat ik dit niet wilde. Ik kwam toch om te eten? In plaats daarvan beantwoordde ik zijn zoen hartstochtelijk. We eindigden in bed. Ik dacht niet meer na. Ik beleefde. Ik onderging. Ik voelde wat ik nog nooit had gevoeld. Ik vroeg me af hoeveel extase ik nog aankon. Uiteindelijk kwam toch het moment dat ik weer bij zinnen kwam en realiseerde dat ik naar huis moest.

Ik kijk naar mezelf in de badkamerspiegel. Die avond heb ik als in een film in slow motion beleefd, al zoveel keren. Nog steeds kleur ik rood als ik er aan denk. Met beide handen glijd ik langs mijn nek in mijn haar om zo een staart te maken. Mijn nek. Hoe vaak had hij die niet gezoend die nacht? De tinteling komt weer terug.

Op de fiets naar huis kwam het ontnuchterende besef dat ik dit moest vertellen. Ik kon het niet voor me houden. We woonden al bijna tien jaar samen. Er zouden vast vrouwen zijn die zoiets ook hadden meegemaakt en het simpelweg nooit hadden verteld. Ik wist meteen dat ik dat niet zou kunnen. Ik zou zo niet verder kunnen. Ik vertelde het direct.

Hij vroeg niet veel. Hij wilde er ook niet veel van weten. Hij moest nadenken. Een ongemakkelijke stilte van enkele dagen volgde. De alledaagse routines gingen door. Ik voelde me zo schuldig. Ik kon toch moeilijk excuses blijven maken. Hij deed duidelijk zijn best het een plek te geven. Mijn verkrampte gedrag maakte het niet makkelijker.

Natuurlijk had ik niet nagedacht over wat er zou gebeuren. Ik had ook niet bedacht wat ik zelf wilde. Doordat we in ons bekende ritme verder gingen, leek hij de beslissing in handen te hebben. Hoe lang gingen we zo door? Bleven we samen? Kon hij mij dit vergeven? Maar wat betekende dit alles voor mij? Los van hoe hij dit zou verwerken? Ik hakte de knoop door. Ik ging weg, tijdelijk.

Mijn nieuwe badkamer is nog kil en ongezellig. Alles is wit betegeld en de verlichting is zo hard als tl-licht. Ik zie er flets uit en mijn dikke ogen verraden dat ik al nachtenlang slecht slaap. Het was een geluk om een huurflat te vinden die er van binnen prima uitzag en meteen de sleutel te kunnen krijgen. Een beetje geluk had ik inmiddels ook wel verdiend. Ik moet alles nog wat meer naar mijn smaak inrichten, maar dat komt nog wel.

Ik wilde even nergens meer aan denken. Gewoon doorgaan met het dagelijkse ritme van slapen, werken en eten was al een opgave genoeg. Dat was mijn nieuwe leven. Een mailtje van slechts een zinnetje bracht me van mijn stuk: ‘Na die ene avond mis ik je nu zelfs meer,’ verder schreef hij niets. Ik wilde van alles terugschrijven, maar deed het niet. Ik reageerde niet. Om te voorkomen dat ik nog tientallen keren dat zinnetje op mijn scherm zou bekijken, gooide ik de mail weg.

Twee dagen later belde hij. ‘Hai,’ was alles wat hij zei, langzaam en zacht. Ik viel stil. ‘Mag ik je nog bellen?’ ging hij vervolgens verder. Weer een stilte.
‘Ja,’ fluisterde ik.
‘Daar ben ik blij om,’ was zijn reactie.
Ik was helemaal niet van plan om het hem te vertellen en al zeker niet zo snel, maar ik kon mezelf niet inhouden: ‘Ik ben verhuisd. Ik woon weer alleen.’ Opnieuw was het stil aan de andere kant. Waarom zei ik dat nou? Wat wilde ik daarmee bereiken?
‘Is het heel erg als ik zeg dat ik daar ook blij om ben?’ hoorde ik hem door mijn eigen gemijmer heen zeggen.
‘Nee, ja, ik weet het eigenlijk allemaal niet meer. Ik heb geloof ik wat tijd nodig,’ ging ik verder.
‘Dat snap ik. Voor nu. Maar ik mocht bellen, hè?’ reageerde hij.
‘Ja, ja,’ zei ik, ‘maar ik ga nu ophangen.’

Ik kijk nog even in de spiegel, omdat ik eigenlijk niet omlaag wil kijken. Ik heb dit moment al dagen uitgesteld. Ik wilde er simpelweg niet over nadenken. Het kleine stemmetje in mijn hoofd werd echter steeds agressiever en ik kon het niet meer negeren. Ik sta te wachten tot de teststrip is verkleurd. Dat is al lang te zien, maar ik durf niet te kijken.

Het ironische is dat ik het laatste jaar al een aantal keer deze test heb gedaan. Zodra ik maar een dag over tijd was, deed ik de test al. De eerste maanden nadat we besloten een kindje te willen, was het gewoon spannend. Na een klein jaar groeide het besef dat een kind willen niet genoeg was. Dat maakte dat er veel ongewenste spanning bij kwam. Onze gesprekken over het inschakelen van medische hulp eindigden na een paar zinnen. Ondertussen dacht ik na over hoe graag ik dit wilde. Hoe ver zou ik de ziekenhuismallemolen willen ingaan? Moest ik daar überhaupt vooraf over nadenken?

Eigenlijk weet ik de uitslag zo ook al. Ik ben al veel verder dan slechts een dagje over tijd. Ik maakte mezelf wijs dat het kwam door alle veranderingen. Mijn lijf is door alle stress vast ontregeld. Dat zal ook wel, maar ik voel ook die specifieke veranderingen, de eerste zwangerschapskwaaltjes waar ik me eerder juist zo op had verheugd.

Ik kijk naar beneden. Ik zie inderdaad in beide vensters een duidelijk streep. Ik kijk weer naar mezelf in de spiegel. Een warm gevoel trekt door me heen. Ik ben er nog lang niet, maar het komt vast goed. Onwennig pak ik mijn buik vast. Het komt goed met ons.

 
Geschreven voor de wedstrijd Ruis.
Eén misstap, een verkeerde keuze met fatale gevolgen. Een kalm en rustig bestaan slaat om in complete chaos en hoe hard je ook vecht, er lijkt geen weg terug. Alles wat nog overblijft is RUIS. Durf jij het aan om in de huid van jouw hoofdpersoon te kruipen en een zinderend verhaal te schrijven rondom dit thema? Dan maak jij kans op publicatie in de bundel “Ruis”.
~En gewonnen!~

Advertenties

3 gedachtes over “Weet je het zeker?

    • Dankjewel! Enne het schrijven is wel wat minder geworden… (kleine kinderen zijn niet goed voor het creëren van schrijftijd 😉 ) Ik lees regelmatig bij je, maar ben niet zo goed in reageren…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s